Van controle naar vakmanschap: het einde van management

Leestijd: 3 minuten

Het is precies tien jaar geleden dat ik een gesprek had met Jos de Blok, oprichter van Buurtzorg, en Arko van Brakel, toenmalig CEO van De Baak. De aanleiding? Een aflevering van Tegenlicht op 15 februari 2015, die het einde van de manager aankondigde. We zitten niet meer te wachten op managers die controleren, vooruitgang saboteren, medewerkers tegenwerken en ondertussen forse bonussen opstrijken.

Jos de Blok is daar stellig in: managers vinden zichzelf vaak bijzonder, verheven boven de rest. Leiderschaps- en managementprogramma’s versterken dat beeld en wakkeren narcisme verder aan. Bestuurders en managers trekken naar prestigieuze instituten om een complexe taal te leren – een verhulde vorm van onwetendheid – en verliezen zo de connectie met de ‘gewone’ medewerker.

‘Wat beloven brochures van managementontwikkelprogramma’s? Dat je veel meer gaat verdienen en aantrekkelijker wordt voor bedrijven. Maar of je er een beter mens van wordt? Dat staat er niet in. En ik denk dat veel mensen er ook helemaal geen betere mensen van worden. Marketing en managementtheorieën zijn schadelijk voor je gezondheid. Dáár zou eigenlijk een waarschuwing bij moeten staan: “Als u hier te veel van neemt, gaat u dood.”’

Een grap? Misschien. Maar Jos spreekt het met ernst uit.

Systeemwereld versus leefwereld

Veel organisaties bestaan uit twee parallelle werelden: de ‘systeemwereld’ van bestuurders en managers, en de ‘leefwereld’ van medewerkers. De lantaarnpaal versus het kampvuur. De wereld van opgeblazen ambities en de wereld van vakmanschap. Dat vakmanschap verliest steeds meer terrein aan bureaucratie en commercieel denken.

Plastic taal

Er worden in organisaties twee talen gesproken: de plastic taal van managers en de gewone taal van medewerkers. De kloof daartussen groeit. De oplossing? Medewerkers worden massaal getraind om plastic taal te leren spreken en begrijpen. Niet andersom. Jos erkent:

‘Die taal is indrukwekkend. Maar je zegt er helemaal niets mee. In organisaties werkt dat door: mensen worden klein gehouden en geïntimideerd omdat ze niet begrijpen wat “die figuur daar” zegt.’

George Orwell liet in Animal Farm (1945) zijn dictatoriale varken Napoleon al zeggen: ‘Alle dieren zijn gelijk, maar sommigen zijn gelijker dan anderen.’ Dat geldt nog steeds. Maar waar begon dit, en waarom blijft het bestaan?

De wortels van het probleem

De basis van onze organisatiestructuren werd gelegd in 1911, toen Frederick Taylor in The Principles of Scientific Management een model schetste voor industriële productie. Dat model ging uit van een hiërarchische piramide:

  • Bovenaan: de slimme denkers, de managers
  • Onderin: de ‘minder slimme’ uitvoerders, die alleen doen wat hen wordt opgedragen
  • Controlemechanismen, om die laatste groep in het gareel te houden

De impliciete boodschap? Arbeiders zijn een grondstof. Managers zijn de exploitanten.

De verloren homo universalis

Tussen de Renaissance en de industriële revolutie is ons mensbeeld verschoven. De homo universalis – de veelzijdige, creatieve denker en maker – werd gereduceerd tot een radertje in een productieketen. Grote geesten als Leonardo da Vinci en Copernicus maakten plaats voor twee hokjes: de homo cogitat (denker/bestuurder) en de artifex (arbeider/vakman).

In de 21e eeuw verwachten we echter van iedereen dat ze slim, creatief, flexibel en ondernemend zijn. We eisen een homo universalis die zowel vakman als strateeg is. Maar we zijn vergeten hem uit de keurslijfstructuren van het Taylorisme te halen.

De gevangen homo universalis

De industriële principes leven voort in organisatiestructuren die mensen opsluiten in afdelingen, functies en hiërarchieën. Het gevolg?

  • Een wij-zij-cultuur tussen teams en afdelingen
  • Een breuk tussen werkvloer en management
  • Medewerkers die zich niet gehoord of gewaardeerd voelen
  • Managers die in een luchtbel van beleid en KPI’s opereren

Zoals Kolind en Bøtter in Unboss (2014) schrijven:

‘Gedateerde managementprincipes in conventionele organisaties leiden tot gedateerde en ongeïnspireerde werknemers.’

Tijd voor een revolutie

We leven in een postindustriële, hightech, AI-gedreven samenleving. Toch werken we nog steeds volgens de principes van ruim honderd jaar geleden. We zien het probleem, we voelen het in alles. Nu moeten we er nog naar handelen.

De vraag is: durf jij die stap te zetten?

Leiderschap in deze tijd vraagt om moed. De moed om oude structuren los te laten en ruimte te maken voor andersdenkenden. Wat betekent dat voor jou?

Wil je hierover sparren? Ik help directeuren, leiders en HR-managers bij strategische transities, leiderschap- en organisatieontwikkeling. Laten we samen ontdekken hoe jij echte verandering kunt brengen.